Aung San Suu Kyi keert Rohingya de rug toe

Dalai Lama ASSKDe Boeddhistische leider de Dalai Lama heeft vandaag een oproep gedaan aan de Birmese oppositie leider Aung San Suu Kyi om méér te doen voor de Rohingya.

De moslim minderheid Rohingya ontvlucht massaal Birma, omdat zij in het Boeddhistische Birma steeds aggresiever verjaagd, gediscrimineerd en vervolgd wordt. Tegen een Australische krant zei de Dalai Lama vandaag: “Ik hoop dat Aung San Suu Kyi, als Nobelprijswinnaar, iets kan doen. Ik heb twee keer eerder met haar gesproken over de situatie van de Rohingya, en zij vertelde me dat het moeilijk is, dat de zaken complex zijn. Maar desondanks heb ik het gevoel dat zij iets zou kunnen doen.”

Gevangen

Ongeveer 88.000 Rohingya zijn het afgelopen jaar Birma ontvlucht, in overvolle vissersbootjes, naar Thailand, Indonesië en Maleisië. Eerder deze week werden er massagraven en gevangenkampen ontdekt in de jungle van Maleisië, en in Thailand. Hier zijn gevluchte Rohingya op gruwelijke, onmenselijke wijze gevangen gehouden, door mensenhandelaren die uit zijn op geld.

Bekijk dit nieuwsverslag (3,5 min.) van Channel4 News, 26 mei 2015:

Boedhistisch nationalisme

Birma heeft een povere reputatie wat betreft mensenrechten, vooral van de ruim honderd etnische minderheden in het land. Met de Rohingya is het echter nóg wat slechter gesteld dan met de andere etnische minderheden. Het geweld tegen deze moslim minderheid is sinds de recente politieke veranderingen verergerd, door een sterke, door de politiek gesteunde, opkomst van boeddhistisch nationalisme in Birma. Gisteren demonstreerden er honderden boeddhistische monnikken in Rangoon. Ze droegen borden met Birmese teksten als: ‘De boot mensen komen niet uit Birma‘ en ‘De VN en de media bedenken deze verhalen!‘ De Birmese overheid staat er om bekend dat zij groepen, betaald of onder dwang, inzet om publiekelijk te protesteren. Lees hier het verslag van Asian Correspondent.

Waarom de Rohingya?

De Rohingya zijn moslims die wonen in de west zuidelijke Birmese staat Rakhine, ook wel Arakan genoemd, aan de kust. Historici zijn het er over oneens of de Rohingya hier altijd al hebben gewoond of dat ze vanaf de 16e eeuw vanuit Bangladesh naar Birma zijn getrokken. De Birmese overheid hangt graag die laatste theorie aan. In ieder geval staat vast dat tijdens de Britse koloniale overheersing begin van de 20e eeuw, het aantal Rohingya in Rakhine toenam van zo’n 60.000 naar 180.000. De Britten stimuleerden de komst van deze goedkope arbeidskrachten uit Bangladesh, om de vruchtbare landbouwgrond in Rakhine state te bewerken. De spanning tussen de arme lokale boeddhistische bevolking en de Rohingya liep snel op.

Ware oorlog

Tijdens de Tweede Wereldoorlog vochten de Britten in Birma tegen Japan, waarbij al snel het zuidelijk deel van Rakhine state in Japanse handen kwam. De Britten bewapenden de Rohingya in noordelijk Rakhine state,  waarna er zich een ware oorlog tussen de Rohingya en de Rakhine ontketende. Duizenden burgers kwamen aan beide kanten om het leven. In de jaren na de oorlog werd de positie van de Rohingya steeds moeizamer. Zeker toen in 1962 generaal Ne Win een militaire coup pleegde, waardoor Birma een militaire dictatuur werd. Sindsdien kwamen militaire acties, waarbij hele Rohingya dorpen werden verwoest, regelmatig voor.

Genocide

In 1978 deed de Birmese militaire overheid een poging om alle ingezetenen te tellen, met operatie ‘Dragon King’. De Rohingya, die door de overheid als illegale vluchtelingen waren bestempeld, werden met geweld het land uit gedreven. Meer dan 200.000 Rohingya vluchtten naar Bangladesh, waarbij de vluchtelingen ooggetuige verslag deden van moord, verkrachting en fysiek geweld. Volgens diverse Birma deskundigen en wetenschappers valt het Birmese beleid ten aanzien van de Rohingya al vanaf 1978 onder de VN definitie van genocide. Met de jarenlange militaire moorden, gewelddadigheden, verplichte fysieke arbeid, een 2-kind politiek, verplichte sterilisatie, een trouwverbod en gebrekkige voedselvoorziening aan de Rohingya lijkt genocide allang bewezen. Toch grijpt de VN niet in, omdat daarvoor unanimiteit in de Veiligheidsraad nodig is. Je kan de details lezen op de website van Dr. Maung Zarni, Birma deskundige.

Geen ingrijpen door politie

Sinds 2011 ondergaat Birma politieke veranderingen. Oppositie is toegestaan en oppositieleidster Aung San Suu Kyi zit in het parlement. De etnische minderheden merken echter weinig van deze veranderingen. Zo gaat het geweld tegen de Rohingya onverminderd door. Voor de Birmese overheid zijn de buitenlandse investeringen, die direct na de politieke veranderingen binnenstroomden, van groot belang. Daarom laat de Birmese overheid sinds 2011 een andere aanpak zien, ten aanzien van de Rohingya. Want de afgelopen jaren wordt geweld tegen de Rohingya niet meer direct uitgevoerd door de overheid, maar door de Rakhine bevolking en nationalistische boedhistische monnikken. Wanneer Rohingya dorpen worden aangevallen, grijpt de Birmese politie of het leger echter niet in.  Het standpunt van de Birmese overheid blijft immers dat de Rohingya allemaal onwelkome vluchtelingen zijn uit Bangladesh. Ook Aung San Suu Kyi, de oppositieleidster waar iedereen zijn hoop op had gevestigd, houdt de kaken stijf op elkaar over de Rohingya. Deze Nobelprijswinnares,  het boegbeeld van mensenrechten in Birma, kijkt namelijk vooruit, naar de landelijke verkiezingen in Birma eind 2015. Ze wil de mogelijkheden voor de oppositie in de toekomst versterken, door nu geen vijanden te maken. Maar ondertussen keert zij de Rohingya de rug toe.

Nergens welkom

In 2014 laaide het geweld tegen de Rohingya volop op. Huizen werden in brand gestoken, Rohingya opgejaagd, door boze nationalistische Rakhine. Bekende Boeddhistische monnikken hielden haat-preken tegen de Rohingya. De politie keek toe. De overheid bouwde kampementen voor de Rohingya, waar zij nog altijd achter prikkeldraad op veilige afstand van de Rakhine worden gehouden.  De water- en voedselvoorziening is in deze kampen echter nauwelijks geregeld en is afhankelijk van (lokale) donaties. De omstandigheden zijn onmenselijk, kinderen sterven door diarree en ondervoeding. De enige hoop om te overleven is voor veel Rohingya vluchten via zee, op gammele vissersbootjes. Met de belofte van een mensenhandelaar dat ze in Thailand, Maleisië of Indonesië werk kunnen vinden. Maar áls de Rohingya deze tocht over zee al overleven, eindigen sommigen dus in gevangenenkamp, in de jungle van Thailand of Maleisië.

 

Leave a Reply

Your email address will not be published.